Connekt_logo_blauw_RGB_NL

Op weg naar meer impact met gedrag 

Gepubliceerd op 19 mei 2026

Waarom werken maatregelen om reizigersgedrag te beïnvloeden de ene keer wel en de andere keer nauwelijks? En hoe zorgen we ervoor dat kennis hierover bij de juiste mensen terechtkomt?  Een gezamenlijk traject van IenW en Connekt richtte zich op het ontwikkelen van een structurele kennisbasis die precies deze vragen helpt beantwoorden. In dit artikel lees je de voorgestelde aanpak en de belangrijkste inzichten tot nu toe. 

Gedragsmaatregelen: een groeiende rol, versnipperde kennis 

Overheden, regionale uitvoeringsorganisaties, kennisinstellingen en adviesbureaus zetten steeds vaker maatregelen in om reizigersgedrag te beïnvloeden en beleidsdoelstellingen te realiseren. Door de beperkte maakbaarheid van (nieuwe) infrastructuur vormen gedragsmaatregelen een kostenefficiënt instrument om op een adaptieve en oplossingsgerichte manier bij te dragen aan beleidsdoelen.  

Daarmee groeit ook de behoefte aan systematisch inzicht in de effectiviteit van deze maatregelen en de omstandigheden waaronder zij werken. 

image

De manier waarop op dit moment kennis over gedragsmaatregelen wordt opgebouwd en benut, schiet echter nog tekort. In de praktijk worden maatregelen vaak projectmatig ontwikkeld en geëvalueerd, met uiteenlopende doelen, methoden en indicatoren. Hierdoor is het lastig om resultaten te vergelijken, oorzaken van succes of falen te begrijpen en lessen toe te passen in andere contexten. Verschillende partijen lopen hiermee het risico om los van elkaar het ‘wiel’ opnieuw uit te vinden, waardoor veel kennis en middelen verloren gaan. 

Ondanks verschillende initiatieven om bestaande kennis over de inzet en werking van gedragsmaatregelen te bundelen, ontbreekt het nog aan een gezamenlijke en gestructureerde kennisbasis. Hierdoor blijft vaak onduidelijk welke maatregelen in welke context effectief zijn. Het gevolg is dat vergelijkbare maatregelen regelmatig opnieuw worden ontwikkeld, met wisselende kwaliteit en beperkte vergelijkbaarheid van resultaten. 

De aanpak: een datagedreven kennisbasis voor gedragsmaatregelen 

Een structurele, datagedreven kennisbasis stelt partijen in staat om kennis op te bouwen en te delen. Zo ontstaat beter inzicht in wat werkt, onder welke omstandigheden en met welke data en indicatoren dit is onderbouwd. 

Om te bepalen hoe zo’n kennisbasis eruit moet zien, organiseerden IenW en Connekt een kort traject met drie bijeenkomsten. Hieraan namen gedragsexperts deel vanuit gedragsbureaus, gemeenten, provincies, regionale uitvoeringsorganisaties, kennisinstellingen en DGMo.  

Op basis van de opgehaalde input heeft IenW voorgesteld om een ‘menukaart’ te ontwikkelen, gebaseerd op bestaande kennis over gedrag. Daarmee wordt een gestructureerd overzicht bedoeld van gedragsmaatregelen passende bij een specifieke opgave, situatie en context, inclusief informatie over hun effectiviteit en toepassingsvoorwaarden. Deze menukaart heeft als doel om bestaande kennis te structureren, uniforme uitgangspunten vast te leggen via een basisset van indicatoren en kennisleemten te identificeren.  

Centraal staat de door IenW ontwikkelde datagedreven gedragsaanpak. Daarbij worden gedragsmaatregelen op een systematische manier ontwikkeld, gemonitord en geëvalueerd op basis van vaste indicatoren. Dit maakt fact-based leren mogelijk: inzicht in waarom bepaalde maatregelen werken en hoe succesvolle maatregelen sneller kunnen worden opgeschaald en toegepast in andere situaties.  

Samen met een breed netwerk van gedragsexperts willen IenW en Connekt verschillende casussen rond gedrag binnen mobiliteit uitwerken. Elke casus wordt uitgewerkt aan de hand van het invullen van drie informatielagen: 

  1. Ruimtelijke inrichting en gebruik van het netwerk  
  2. Reizigers  
  3. Beleid, trends en ontwikkelingen.  

Door deze informatie op een uniforme manier vast te leggen, ontstaat de basis voor de gezamenlijke menukaart. 

De eerste werksessie: valideren van de aanpak 

De voorgestelde aanpak werd tijdens twee werksessies gepresenteerd en verder aangescherpt. Tijdens de eerste werksessie op 10 februari stond de vraag centraal wat nodig is om tot een gezamenlijke kennisagenda te komen.  

De discussie richtte zich daarbij op drie hoofdvragen:  

  • Welke gebiedskenmerken zijn relevant in relatie tot verandering van reisgedrag? 
  • Hoe leiden deze kenmerken tot gedragsverandering? 
  • Welke voorwaarden zijn essentieel voor het laten slagen van gedragsmaatregelen?.  

Daarnaast werd de deelnemers gevraagd waar nog de grootste kennisbehoefte ligt. Daarbij kwamen de volgende punten naar voren: 

Focus op doelgroepen  
Deelnemers benadrukken het belang van inzicht in de veranderbereidheid en de impact per doelgroep. Ze hebben behoefte aan gestructureerde kennisopbouw op dit vlak.  

Effect op beleidsdoelen 
Ook het effect van verschillende maatregelen die raken aan gedrag op beleidsdoelen wordt genoemd als belangrijke component van de kennisbasis.  

Benut bestaande kennis 
Deelnemers geven aan dat er al veel kennis rondom gedragsverandering beschikbaar is. De prioriteit ligt volgens hen bij het bundelen en het toegankelijk maken van deze kennis, om te voorkomen dat opnieuw tijd wordt besteed aan verkennend onderzoek.  

Werk casusgericht 
Er wordt voorgesteld om in vervolgsessies met concrete thema’s te starten, zoals het thema spits spreiden en -mijden, en van daaruit casusgericht kennis op te bouwen.  

Tijdens de eerste werksessie werd het voorstel gedaan werd om een menukaart te ontwikkelen als structuur voor het ordenen van bestaande en nieuwe kennis.  

Van verkenning naar focus: uitwerking van de menukaart en voorkeursthema’s 

In de tweede werksessie op 3 maart presenteerde IenW een eerste uitwerking van de menukaart. Daarbij werd ingegaan op de verschillende informatielagen die nodig zijn om de werking en de effectiviteit van gedragsmaatregelen te duiden.  

Met een demonstratie van een dummy tool werd inzichtelijk gemaakt hoe een structurele kennisbasis rond gedrag in de praktijk kan functioneren. De tool liet zien hoe op basis van enkele eigenschappen van de context en situatie snel passende maatregelen, best practices en advies kunnen worden opgehaald, inclusief onderbouwing. Dit ondersteunt gedragsexperts bij het sneller ontwikkelen van oplossingen en het aanscherpen van kengetallen over de effecten van maatregelen.  

In het interactieve deel van de sessie brachten deelnemers use cases in die zij belangrijk vinden voor het vervolg. Deze zijn vervolgens plenair geprioriteerd. 

De belangrijkste thema’s zijn: 

  1. Spreiden van verkeer over de dag, inclusief oplossingsrichtingen als tariefdifferentiatie en het beïnvloeden van de vraag (werk, onderwijs, kinderopvang, etc.) 
  2. Structurele gedragsverandering via werkzaamheden 
  3. Stimuleren van deelmobiliteit 
  4. Stimuleren van actieve mobiliteit (lopen, fietsen) en OV, met een focus op forenzen en studenten in kleine kernen en nieuwe woongebieden;  
  5. Stimuleren verkeersveilig gedrag, met een focus op alcohol- en drugsgebruik en sociale veiligheid op en rond treinstations 

Het vervolg: van verkenning naar concrete afspraken 

Tijdens de eerste werksessie werd voorgesteld om casusgericht aan de slag te gaan. Door de kennisopbouw in eerste instantie te richten op een aantal concrete beleidsdoelen met bijbehorende doelgedragingen en doelgroepen, blijft het traject praktisch en toepasbaar.  

De komende periode werken IenW, het DMI-ecosysteem en Connekt toe naar een concreet vervolg. Dit start met een drietal werkgroepen waarin drie casussen verder worden uitgewerkt. Andere thema’s blijven expliciet ook in beeld en vormen input voor een eventuele volgende fase. 

Het doel van deze werkgroepen is om samen met gedragsexperts bestaande kennis en praktijkervaringen te verzamelen en te structuren. Er wordt dus in eerste instantie geen nieuw onderzoek gestart. Daarbij staat aandacht voor kwaliteit en context centraal: inzichtelijk maken wat werkt, onder welke omstandigheden en met welke mate van onderbouwing.  

Zo werken we toe naar een kennisbank rond gedragskennis en een ondersteunende tool, waarmee snel en onderbouwd passende gedragsmaatregelen kunnen worden gevonden. 

Wil je meedoen met dit traject? Meld je dan nu aan voor de startbijeenkomst op dinsdag 16 juni! Heb je andere vragen of suggesties? Neem dan contact op met Sybe Andringa (Connekt) of Joyce van Leeuwen (IenW).