Connekt speelt al 25 jaar een sleutelrol in het verbinden van overheid en bedrijfsleven. Jan Hendrik Dronkers, secretaris-generaal bij het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat, blikt terug op de ontwikkeling van publiek-private samenwerking en de waarde van een neutraal platform als Connekt.
Geplaatst op 31 maart 2025
Connekt verbindt overheden, kennisinstellingen en bedrijfsleven. Jan Hendrik Dronkers, secretaris-generaal van het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat over publiek-private samenwerking en 25 jaar Connekt.
Dronkers omschrijft Connekt met de drie woorden: nuttig, inspirerend en effectief. Hij heeft de rol van Connekt in de afgelopen 25 jaar zien veranderen. Toen Connekt in 2000 begon, zaten we in een tijd waarin de relatie tussen overheid en bedrijfsleven belangrijk werd gevonden, maar nog niet zo goed was ontwikkeld, vertelt Dronkers. “We vonden dat we als overheid meer naar de markt toe moesten, dat we meer publiek-privaat moesten doen.” Connekt moest daar een rol in gaan vervullen. Dit kwam eigenlijk maar moeizaam tot stand. “Van geboorte tot einde van de pubertijd heeft zo’n zeven jaar geduurd”, zegt Dronkers. “In 2007 kwamen de tafels voor Anders betalen voor mobiliteit. Dat was maatschappelijk een enorm item en toen begon het eigenlijk te vliegen.”
Connekt werd beroemd door de studiereizen, aldus Dronkers. “Dat was een hele goede formule. Je bracht mensen bij elkaar, buiten hun eigen comfortzone, ging op een vreemde plek kijken hoe anderen het deden, om daar te leren. Er was geen agenda waarmee je dingen moest uitonderhandelen. Dat gaf enorm veel verbinding in het netwerk, enorm veel connectie.” Dronkers is zelf mee geweest op de studiereizen naar Schotland en Hong Kong. “Ik heb er nog steeds goede herinneringen aan.” Tijdens de studiereis naar Schotland ging het over het gebruik van telefoondata voor files. “Daar was Connekt ook wel haar tijd vooruit. Door toen al te kijken hoe je met behulp van andere data de mobiliteit kunt beïnvloeden, dan wel verbeteren.”
Later werd Connekt naast netwerkorganisatie ook een uitvoeringsorganisatie, bijvoorbeeld van Lean & Green. Dat werd in eerste instantie mogelijk gemaakt door het ministerie. Toen de subsidie stopte, heeft het bedrijfsleven het zelf overgenomen. “Dat vind ik een heel mooi voorbeeld van iets dat publiek is aangejaagd, vanwege het publieke belang, en uiteindelijk is overgenomen en gefinancierd door het bedrijfsleven.” Intussen is Lean & Green door tien andere landen overgenomen.
Faciliteren van publiek-private samenwerking
Volgens Dronkers hebben overheid en marktpartijen het idee dat ze heel erg van elkaar verschillen. Daarom is het belangrijk om de verbinding te organiseren. “Als je die verbinding organiseert, merk je dat de verschillen vaak overdreven worden.” Hij geeft een voorbeeld. “De publieke sector gaat voor publieke belangen en denkt dat de private sector alleen maar voor het maken van winst gaat. Maar dat is niet zo. Ze gaan ook voor publieke belangen, maar winst maken staat voorop. Bij de overheid staat doelmatigheid niet voorop, maar het is wel ook een belangrijk punt. Het accent ligt bij publiek en privaat op een andere plek, maar er is meer verbinding dan je denkt.”
Om als publieke en private sector tot elkaar te komen, heb je hulp nodig. “Zo’n organisatie als Connekt helpt om die verbinding tot stand te brengen, omdat zij geen opvatting hebben. Connekt hoeft niet publiek of privaat te zijn, maar kan gewoon de connectie vormen. Het is een katalysator in het proces en heeft een neutrale rol. Dat heb je gewoon nodig om de werelden die heel verschillend denken te zijn met elkaar in contact te brengen, want dat gaat niet automatisch.”
Als voorbeeld van een succesvol project waarbij sprake was van publiek-private samenwerking noemt Dronkers de 5 novembergroep georganiseerd door Connekt over Beter geïnformeerd op weg. Welke informatie geef je weggebruikers? Er waren allerlei opkomende partijen die data verzamelden en ook de overheid verzamelde data. “Het was ontzettend inspirerend om te kijken hoe we ervoor konden zorgen elkaar niet te bestrijden, maar elkaar aan te vullen en te ontdekken hoe we het beter konden maken voor de consument/burger.”
Gemeenschappelijke vijand verbindt
Publiek en privaat hebben elkaar altijd nodig. Maar het bewustzijn van de noodzaak van de publiek-private samenwerking verschilt van tijd tot tijd, zegt Dronkers. “Op het moment dat de uitdagingen voor het land in zijn geheel toenemen – en in zo’n tijd zitten we momenteel – neemt het besef dat je elkaar nodig hebt ook toe. Een gemeenschappelijke vijand verbindt altijd.”
Dronkers noemt drie uitdagingen die nu belangrijk zijn. Allereerst digitalisering. “Er komt heel veel nieuwe technologie op ons af. Tegelijkertijd brengt die digitalisering ook een enorme kwetsbaarheid met zich mee. Zeker in relatie tot de geopolitieke omstandigheden waaronder we ons nu bevinden. Waarbij we als Europa het meer zelf moeten gaan doen en niet naïef moeten zijn, geen speelbal moeten worden van anderen. Uit het hele idee van ‘the world is a global village’ en de handel verspreidt zich mondiaal – een gedachte die een tiental jaar geleden echt de boventoon voerde – zijn we ruw wakker geschud. Je ziet een multipolaire wereld ontstaan, met een paar grote machtsblokken, waartoe Europa zich zal moeten verhouden. Dat heeft enorm veel consequenties voor hoe we met digitalisering omgaan, ook voor de logistieke sector.” De tweede uitdaging die Dronkers noemt is de verduurzaming van de sector en als derde een stem geven aan de logistiek. “Hoe zorg je dat we maatschappelijk ervaren dat logistiek heel belangrijk is en dat dat goed georganiseerd moet worden? Daarin vervult Connekt ook echt een rol.”
Neutraal platform blijft nodig
Om de publiek-private samenwerking vitaal te houden, blijft een neutraal platform en een verbinder als Connekt nodig. Daarin zal wel steeds weer naar nieuwe vormen gezocht moeten worden. Het repertoire tot nu toe bestaat uit het organiseren van bijeenkomsten, tafels en studiereizen en een stukje uitvoering. Dronkers: “Daar zal nieuw repertoire aan toegevoegd moeten worden, want elke tijd vraagt weer zijn eigen dingen.” Hij vervolgt: “Het clubhuis van Connekt zal moeten worden verbouwd, zal misschien ook een beetje virtueel moeten zijn, maar ook fysiek. Als de organisatie zich weet te vernieuwen, dan voegen ze er nog 25 jaar aan toe. Als ze stil blijven staan, zal het een keer stoppen.”
Wil je meer weten over het 25-jarige jublieum van Connekt?
Bezoek dan onze speciale themapagina 25 jaar Connekt!